Zo niet dan toch doet twee dingen. Ten eerste vertelt het over Kapitalisme 24902, een vorm van kapitalisme die zich richt op duurzame, economische groei. Dus bedrijven die winst willen maken terwijl ze hun omgeving helpen – en niet of zo min mogelijk schaden. Een waardevolle term, die meer aandacht verdient. Vooral om de inhoud en niet om de term zelf. Het tweede dat Zo niet, dan toch doet, is namedropping. Ik heb nog nooit een boek gelezen dat verhoudingsgewijs zoveel namen bevat. Branson noemt enorm veel mensen die in en met de Virgin groep samenwerken. Daarmee is het boek een behoorlijk reclamebord. Gelukkig is het daarom niet minder interessant om te lezen.

Inhoud van het boek
Het boek is verdeeld over zeven hoofdstukken, die allemaal een aspect van kapitalisme 24902 beschrijven. Branson heeft het vaak over het samengaan van ´goed doen´ en ´zaken doen´. Een combinatie die elkaar niet hoeft uit te sluiten. De hoofdstukken bestaan elk voornamelijk uit omschrijvingen van personen en organisaties die iets goeds doen voor de wereld. Van een organisatie die WC rollen maakt zonder kartonnen middenstuk, tot The elders, een verzameling wereldleiders met o.a.Nelson Mandela en Jimmy Carter. De verschillende hoofdstukken hebben andere thema’s, zo gaat hoofdstuk 2 over ‘slimmer doen wat we doen’ en hoofdstuk 5 over ecologisch verantwoord ondernemen.
Behalve kapitalisme 24902 heeft Branson nog een aantal andere ideeën. De belangrijkste daarvan betreft goede doelen. Goede doelen werken niet optimaal, volgens Branson, omdat ze niet kunnen groeien. Ze kunnen alleen meer doen als mensen ze meer geld geven. Dat is niet hoe je moet organiseren, zegt Branson. Je moet juist steeds sterker worden, beter worden in wat je doet. Bedrijven kunnen dat. We moeten bedrijven bouwen die mensen helpen waarde te scheppen voor elkaar. Juist in economisch zwakke landen is dat wat het verschil kan maken.
Wat vond ik van het boek?
Ik werd erg blij van het lezen van het boek. Misschien is Branson gewoon een kille kapitalist die het goed weet te brengen, maar dan weet hij het wel erg goed te brengen. Misschien is het boek gewoon één grote reclame uiting voor Virgin. Maar zelfs als het dat is, is het leuk om te lezen. Branson en zijn vertaler hebben een prettige schrijfstijl, waardoor het boek goed wegleest. Maar wat het boek écht interessant maakt zijn de talloze voorbeelden van organisaties die iets doen om de wereld beter te maken. Je krijgt geen statistieken te zien, maar de concepten zijn vrij overtuigend: we kunnen slimmer doen wat we doen en daarbij het milieu en onze sociale omgeving sparen én verder helpen. Ik werd er blij van om zó veel positieve voorbeelden bij elkaar te zien. En hoewel ik vrij skeptisch ben, heb ik zelden gedacht: ‘is het wel zo positief als het lijkt?’. Het boek enthousiastmeert je en moedigt je aan om zelf te gaan ondernemen. En ook dat is leuk.
Wanneer moet je dit boek lezen?
Om te weten wat er gebeurt in de wereld wat betreft sociaal en ecologisch verantwoord ondernemen. Om een positief beeld op de toekomst te lezen. Om je ondernemendheid een boost te geven. En als je zelf een kapitalisme 24902 organisatie wilt starten.
Ik geloof erg in de kracht van terminologie. Zodra je een concreet woord aan een concept hangt, wordt het veel tastbaarder waar je over praat. Een term heeft een soort autoriteit: zodra mensen zien dat er een term voor is, voelt het, wel, officieel? De term is iets waarmee anderen aan de haal kunnen gaan. Ze zullen weer andere mensen uitleggen wat de term inhoudt. En dat is precies wat je wilt bereiken.

Recent kwam ik een term tegen voor iets waar ik al langer een woord voor had willen bedenken: kapitalisme 24902. De term is bedacht door Richard Branson, van Virgin. En komt onder andere voor in zijn boek Zo niet, dan toch. Het boek gaat over ‘ondernemen om goed te doen’. En dat is ook wat de term Kapitalisme 24902 behapt: ondernemen om goed te doen, Kapitalisme dat oog heeft voor duurzaamheid. De 24902 slaan om de omtrek van de aarde. Kapitalisme moet niet alleen maar oog hebben voor ‘groei’: het moet oog hebben voor duurzame groei. Geen economische groei ten koste van de natuur. Maar ecologische én economische groei.
Zo niet, dan toch is een boek dat talloze organisaties beschrijft dat dit soort principes voorstaat. Een review volgt binnenkort. Ondertussen kun je meer over Kapitalisme 24902 lezen in het desbetreffende hoofdstuk: Capitalism 24902.
Recent las ik het boekje Durf te vragen, waarin wordt gesproken van sociale overwaarde. Een onderwerp dat me nogal bezig heeft gehouden de afgelopen tijd. Voor een definitie kun je eenvoudigweg naar socialeoverwaarde.nl. En waar ik over liep te mijmeren was dus hoe we de wereld beter kunnen maken zonder ‘extra’ moeite te doen. En toevallig had ik een soort sociale overwaarde moment, ik had mijn afspraken afgezegd (want onbereikbaar) en kon voorlopig niet terug naar Utrecht (want storing door sneeuw). Toen zag ik de sneeuw liggen voor allerlei winkels en dacht ik: zou het niet lollig zijn om een sneeuwschep te kopen – en dan doodleuk winkels binnen te stappen en te zeggen dat ik voor het goede doel de sneeuw wel voor ze weg wilde vegen? Waardebepaling achteraf leek me een gepaste vorm van beloning.
Dus toen ben ik Den Bosch ingelopen en dankzij een vriendelijke man vond ik een winkel met een sneeuwschep (de blokker, 6,99€). En ben ik op mijn eerste winkel afgelopen.
Mijn eerste bezoek ging naar een cafétje (toevallig), waar de barman me na het sneeuwscheppen een gratis drankje aanbood. Ik heb Gezegd dat ik later terug zou komen en ben naar een willekeurige winkel gegaan en daar binnengestapt (een modezaak). Of ik mocht sneeuwruimen voor het goede doel, waarde mocht ze achteraf bepalen. Dat was prima. Dus ik een kwartier sneeuw scheppen en uiteindelijk trots mijn beloning in ontvangst nemen. Aan de brave dame gevraagd waar ik het beste heen kon gaan en de overbuurvrouw zou ook wel blij met me zijn. Dus ook daar sneeuw geschept (delicatesse zaak). Ook voor het goede doel, maar ze vond dat het niet naar Greenpeace mocht, want *ideologische redenen*. Toen besloten om alles aan Wikipedia te doneren.
Helaas was het toen al 17.55 (sluitingstijd). Dus ben ik mijn gratis drankje gaan
halen. In het café heb ik anderhalf uur gepraat met twee mensen aan de bar (een psychologe en een ondernemer) over sociale overwaarde en politiek. En toen ik bij het station kwam, reden de treinen weer.
Totaal opgehaald voor wikipedia: 6,25€ (zojuist overgemaakt, plus mijn jaarlijkse bijdrage van 50€).
Foto van mijn trouwe sneeuwschep:

Al vijf jaar houd ik in een excel document bij welke boeken ik in de kast heb staan en wanneer ik ze voor het laatst heb gelezen. Zo kan ik makkelijk een lijstje maken van de boeken die ik ieder jaar lees – en welke de meeste indruk maken. In 2011 was Durf te vragen, door Niels Roemen en Fanny Koerts het boek waar ik het meeste uit heb gehaald.

Er zijn twee soorten redenen dat ik #dtv het beste managementboek van het jaar vind. De eerste soort heeft te maken met hoe het als boek geschreven is. #DTV is een boek dat heel vloeiend vanuit een maatschappij-breed idee naar praktische uitwerking gaat. Het inspireert je én laat zien wat je moet doen en hoe je het moet doen. Je kunt er mee aan de slag en dat maakt het een waardevol boek. De tweede soort redenen heeft te maken met de scope en potentiële invloed van het boek. Het idee dat we onze sociale overwaarde aan kunnen wenden om mooie en goede dingen te doen, is immens waardevol. Dit is niet alleen zakelijk interessant. Het concept dat we anderen om hulp moeten durven vragen bij dingen waar we niet goed in zijn, of waar zij juist goed in zijn, zou wijdverbreid moeten zijn. Gelukkig hebben de auteurs ook ingezien dat dit ook betekent dat dit concept vergezeld moet gaan van de attitude dat we mensen moeten helpen door de dingen te doen waar we goed in zijn.
Voor de algemene review en een opzet voor wat HR (of community managers) met ‘Durf te vragen’ kunnen doen, zie mijn review op Expand: Boekreview Durf te vragen.
Deze TED talk is erg de moeite waard, hier stelt Mark Pagel dat talen zullen proberen elkaar te verstoten, hij vergelijkt taal bijvoorbeeld met onze manier van tijd meten: het 60 seconden/60 minuten systeem is wereldwijd bekend. Ooit zullen we ook een wereldwijde taal hebben, al is het maar om alle vertaalkosten die we steeds maken.
Dit sluit ook aan bij een artikel dat ik recent schreef: Eén (internet-)taal?, waarin ik me afvroeg of we niet naar één enkele taal toe moeten. Dit hoeft niet per se te betekenen dat we allemaal maar één taal spreken. Daar zou je tegen kunnen argumenteren dat het tot culturele armoede zou kunnen leiden. Maar ik ben zeker voorstander van het idee dat iedereen één wereldtaal leert, naast zijn of haar moedertaal. Op die manier kunnen we elkaar allemaal, altijd verstaan. We hebben minder vertalers nodig: die kunnen mooie werken vertalen. Maar zakelijk kan iedereen elkaar makkelijk vinden.
Ik vraag me af hoe groot het verschil is dat door een wereldtaal gemaakt kan worden. Zouden mensen elkaar beter begrijpen, als ze weten dat ze altijd met iemand kunnen praten? Zouden mensen meer begrip voor elkaar kunnen hebben, als ze in ieder geval hun taal gemeen hebben? En hoeveel makkelijker zou het zijn om te ondernemen, als je overal in de wereld met iedereen kunt communiceren?
Ken Robinson heeft een nieuwe video, die zeker de moeite waard is: Bring on the learning revolution. Hierin stelt hij dat ons onderwijs zich te weinig richt op het individu, met als resultaat dat we kinderen vervreemden van hun authenticiteit en creativiteit. Terwijl we juist die creativiteit steeds meer aanspreken. Met andere woorden: het is tijd voor een revolutie in ons onderwijs.
*edit augustus 2011*
Ik heb een review geschreven van Robinsons boek Het element. En ik heb ook een uitgebreider artikel geschreven: Het onderwijs is industrieel en lineair en moet agricultureel worden.
Dag lezer,
Vandaag ben ik wordpress aan het ontdekken! Vandaar een ongeïnspireerde eerste post, om te kijken wat er allemaal mogelijk is.
Vooralsnog denk ik dat ik op dit blog ga schrijven over alles dat ik interessant vind (en dat is veel) op momenten dat ik daar tijd voor heb (en dat is niet veel).
Tot schrijvens,
Chris